
22 september 2006 door

Mark Julsing
Opdrachtgever: SPOT
Uitvoerder: SPOT
Doelgroep: Nederland zijn grootste adverteerders
Onderzoeksmethode: kwantitatief
Respons: Niet bekend
Samenvatting belangrijkste resultaten:
Gister kwam mij het persbericht van SPOT mij onder ogen. SPOT houdt zich bezig met de promotie van televisie als reclamemedium voor adverteerders en vertegenwoordigt de belangen van de reclamebedrijven van de televisiezenders.
In SPOT participeren de volgende organisaties:
STER, Discovery Networks, CRS/ORN, RTL Nederland, National Geographic Channel, AT5, SBS Broadcasting, MTV Networks, RNN7, Talpa TV en Jetix.
De eerste zin van het persbericht zegt meteen waar het opstaat. 2006 is één van de succesvolste televisiejaren uit de geschiedenis. Er worden meer televisies verkocht, mooiere en betere toestellen, de kijktijd neemt toe en de bestedingen van de adverteerders groeien sterk.
Er wordt steeds meer video via internet aangeboden. Tele2/Versatel (sinds 2005) en Mine (sinds 2006) geven hele zenders door. Bedrijven bieden ook steeds meer video via internet aan.
Steeds vaker worden televisie-programma’s opgevraagd via internet. Begin 2006 worden via de site uitzendinggemist van de Publieke Omroep per maand meer dan 4 miljoen streams opgevraagd. Populaire programma’s zijn nieuws-en sportprogramma’s, maar ook programma’s meer gericht op jongeren. Het aantal opgevraagde streams is echter nog klein in verhouding tot de televisie-kijkdichtheden.
Er is nog geen standaard bereiksdefinitie voor televisie én internet. Bij televisie wordt het aantal kijkers en de kijktijd gemeten, bij internet het aantal opgevraagde streams maar niet de tijdsduur.
De Nederlander is in 2005 meer televisie gaan kijken en kijkt nu gemiddeld 195 minuten per dag (3 uur en een kwartier). In 2006 wordt een verdere stijging verwacht, mede door de Olympische Spelen en het WK 2006. Elders in de wereld kijkt men veel meer televisie. Japan is hierbij de grote nummer één: hier kijkt men nu maar liefst 311 minuten per dag televisie!
Uit onderzoek van SKO blijkt dat het aantal zenders waar men naar kijkt toeneemt. Men kijkt nu gemiddeld per dag naar 4 zenders (minimaal 5 minuten), per week naar 11 zenders en per maand naar 17 zenders.

21 september 2006 door

Mark Julsing
Opdrachtgever: Porter Novelli
Uitvoerder: Porter Novelli
Doelgroep: Communicatiemananagers
Onderzoeksmethode: kwalitatief
Respons: 50 communicatiemanagers
Â
Samenvatting belangrijkste resultaten:
Het rapport laat zien dat blogs snel aan belang en invloed winnen. Steeds meer communicatiemanagers smachten naar kennis en ervaring op het gebied van bloggen. Een kwart van de respondenten geeft aan bekend te zijn met het fenomeen bloggen.
Â
De helft van de managers erkennen de invloed van de grote weblogs. Deze respondenten denken dat bloggers een grote crises betreffende hun bedrijf kan veroorzaken. Een goed voorbeeld op dit gebied is Joost Ravoo (communicatiemanager NS) die heeft ondervonden wat de macht van een weblog is.
De meerderheid van de respondenten verwacht dat de ontwikkeling van blogs zich de komende jaar verder zal doorzetten. Men is echter terughoudend over de uiteindelijke impact. Zo denkt de minderheid dat blogs in de toekomst net zo belangrijk of zelfs belangrijker kunnen worden als traditionele media.
Â
Bron: MarketingfactsÂ
Â

20 september 2006 door

Andris Versteeg
Opdrachtgever: Jong MKB Nederland
Uitvoerder: ACE & EIM
Doelgroep: MKB bedrijven (1 tot 99 werknemers)
Onderzoeksmethode: kwantitatief
Respons: 369 bedrijven
Â
Samenvatting belangrijkste resultaten:
Â
Het MKB heeft grote problemen doordat de regelgeving niet flexibel is in het werven en ontslaan van werknemers. 35 Procent zou meer mensen in loondienst hebben als het financiële risico van ziekte niet bij de werkgever lag. Maar 47 procent van de bedrijven heeft geen moeite om voldoende gekwalificeerd personeel te werven en behouden.
Ondernemers uit het MKB beschouwen hun beloningsbeleid als weinig concurrerend. Vast personeel (met vaste salarissen) levert problemen op voor ondernemers in het MKB doordat de huidige regelgeving niet flexibel is met betrekking tot het werven en ontslaan van werknemers. Maar liefst 38 procent van de MKB-bedrijven stelt dat er als gevolg van regelgeving merkbare problemen in de bedrijfsvoering zijn ontstaan. Deze problemen kunnen door MKB-ondernemers zelf verlicht worden door meer flexibele krachten (freelancers) in te zetten.
Ondernemers van bedrijven die onder een (sectorspecifieke of bedrijfsspecifieke) CAO vallen, ervaren dit in het algemeen niet als problematisch. Van de bedrijven die onder een CAO vallen heeft 24 procent merkbare problemen in de bedrijfsvoering doordat de CAO belemmerend werkt. Voor jonge bedrijven (= zeven jaar) is dit 13 procent.
Â
Download het volledige rapport bij HR Rapportenservice

20 september 2006 door

Andris Versteeg
Opdrachtgever: Jungle Rating
Uitvoerder: Jungle Rating
Doelgroep: webwinkels
Onderzoeksmethode: deskresearch
Respons: 25 webwinkels
Â
Samenvatting belangrijkste resultaten:
Â
De Nederlandse webwinkels ontwikkelen zich op alle fronten: zij bieden een rijkere
winkelervaring, wekken meer vertrouwen en zetten betere methoden in om bezoekers
te adviseren en te verleiden. De grote uitdaging blijft echter het verbeteren van het
bestelproces. De toekomst ligt in het betrekken van de consument in het
verkoopproces: de webwinkel als ontmoetingsplaats voor consumenten.
Consumenten gaan eerder over tot aankoop indien de webwinkel de winkelervaring
multimediaal verrijkt (Allurent, 2006). De Nederlandse webwinkels gaan steeds beter in
op dit gegeven.
Uit onderzoek van Yahoo! en OMD (2006) blijkt dat 74% van de consumenten alleen
aankopen doet bij webwinkels die zij vertrouwt en waar zij bekend mee is. De
Nederlandse webwinkels wekken steeds beter vertrouwen.
Â
Download het volledige rapport bij Jungle Rating

19 september 2006 door

Andris Versteeg
Opdrachtgever: Onderwijsraad
Uitvoerder: TNS Nipo
Doelgroep: Onderwijsorganisaties
Onderzoeksmethode: Deskresearch en Kwalititatief
Respons: n.v.t.
Â
Samenvatting belangrijkste resultaten:
Â
De lerarentekorten namen de afgelopen jaren op landelijk niveau weliswaar af, maar zullen, zeker bij een aantrekkende economie, weer toenemen. Bovendien hebben scholen moeite om hun personeelsbestand kwalitatief en evenwichtig op peil te houden.
Â
In het onderzoek is onderzocht hoe onderwijsinstellingen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en de bve-sector (beroepsonderwijs en volwasseneneducatie) in hun personeelsbeleid omgaan met de ontwikkeling van het lerarentekort en van de personeelssamenstelling (vergrijzing, minder mannen, weinig allochtonen).
Als er tekorten optreden, zien scholen en besturen zich gedwongen om noodmaatregelen te nemen. Lesuitval, het naar huis sturen van leerlingen, wordt in het voortgezet onderwijs en de bve-sector vaker geaccepteerd dan in het primair onderwijs, waar het vrijwel niet voorkomt. Om lesuitval te voorkomen, doen schoolleiders in alle sectoren in eerste instantie een beroep op het zittend personeel. Bij grote tekorten kan dit ten koste gaan van de uitvoering van andere taken. Verder worden in het voortgezet onderwijs en in de bve-sector lessen vaak opgevangen door leraren die niet over de gewenste bevoegdheid beschikken.
Â
Het volledige rapport is te downloaden bij HR Rapportenservice

19 september 2006 door

Andris Versteeg
Opdrachtgever: onbekend
Uitvoerder: TNS Nipo
Doelgroep: vakantiegangers
Onderzoeksmethode: Kwanititatief
Respons: 650 vakantiegangers
Â
Samenvatting belangrijkste resultaten:
Â
Het beeld van de Nederlander die met een aanhangwagen – beladen met piramidetent, aardappelen en andere etenswaren – richting Zuid-Frankrijk vertrekt is een beetje achterhaald. De Nederlander neemt nog steeds wel koffie, thee, brood, boter, kaas, hagelslag en ander beleg mee op vakantie, maar dit is vooral bedoeld om de eerste paar dagen mee door te komen. De grote zakken met aardappelen worden tegenwoordig thuis gelaten.
Als we de hotelgasten niet meerekenen, koken ruim vier op de vijf vakantiegangers (84%) wel eens hun eigen potje tijdens de vakantie. De helft zelfs (bijna) elke avond. Als men kookt, doet men dat vooral makkelijk (64%).
De ervaring is dat supermarkten in het buitenland vaak een ander en groter assortiment hebben dan de Nederlandse supermarkten. Voor ‘culifreaks’ vaak een walhalla, voor anderen een waar doolhof. Boodschappen doen in deze ruim gesorteerde winkels wordt zeker niet als een ‘noodzakelijk kwaad’ gezien. Het gaat te ver om het een uitje te noemen, maar bijna zestig procent van de buitenlandgangers vindt het wel (erg) leuk om een buitenlandse supermarkt te bezoeken. Bijna de helft vindt het ook echt leuk om in een buitenlandse supermarkt producten te kopen die in Nederland niet te koop zijn. Een derde (34%) van de bezoekers van buitenlandse supermarkten neemt daadwerkelijk producten mee naar Nederland om thuis nog eens te kunnen nagenieten.
Â
Bron: TNS Nipo

18 september 2006 door

Mark Julsing
Opdrachtgever: Tijdschrift BETER
Uitvoerder: Tijdschrift BETER
Doelgroep: Lezers van het tijdschrift BETER
Onderzoeksmethode: Kwanititatief
Respons: 501 vrouwen en mannen
Â
Samenvatting belangrijkste resultaten:
Â
De Nederlandse vrouw schaamt zich voor haar eigen lichaam. Op het strand of in het zwembad voelt 40 procent zich wit en dik. Ook over een ander wordt keihard geoordeeld. Iemand met overgewicht op het strand? ‘Lelijk’ zegt 27 procent, ‘afstotelijk’ volgens 8 procent. Dat blijkt uit onderzoek naar de blootbeleving van de Nederlanders in opdracht van het tijdschrift BETER.
Een dagje strand of zwembad is niet voor elke vrouw een onverdeeld genoegen. Niet alleen voelt een grote groep zich dik en wit, ook de onzekerheid slaat toe. ‘Ik voel me opgelaten en schaamtevol’, zegt 15 procent, 12 procent voelt zich zelfs minderwaardig ten opzichte van anderen en 7 procent voelt zich bloot. Mannen komen een stuk zelfverzekerder tevoorschijn. Tweemaal zoveel mannen als vrouwen geven aan zich lekker te voelen op het strand of in het zwembad (44 tegen 22 procent).
Naast de onzekerheid over het eigen lichaam is er sprake van een keiharde veroordeling van het lichaam van een ander. Wat denkt u als u op het strand iemand ziet met ongeschoren bikinilijn en oksels, was een van de vragen. ‘Afstotelijk’, zegt 37 procent van de vrouwen over okselhaar. ‘Lelijk’, zegt nog eens 42 procent. Ook schaamhaar scoort hoog op de ergernis-schaal met respectievelijk 32 en 45 procent. Een koortslip en spataderen worden vooral zielig gevonden (30 procent). Ook overgewicht wordt door een grote groep vrouwen als zielig betiteld (21 procent). Het meest afstotelijk is iemand die veel zweet. Bijna 40 procent van de vrouwen vindt iemand die veel zweet afstotelijk. Eén op de vier mannen is het hier mee eens.
Grote verschillen tussen mannen en vrouwen komen aan het licht als het onderwerp topless ter sprake komt. 2 Procent van de mannnen ergert zich aan topless over het strand lopende vrouwen. Van de vrouwen ergert 13 procent zich hieraan.Â
Â
Het volledige rapport kunt u hier downloaden. (via marketingonline)

18 september 2006 door

Andris Versteeg
Opdrachtgever: Buzzbasics en Blogresearch
Uitvoerder: Buzzbasics en Blogresearch
Doelgroep: Marketeers en bloggers
Onderzoeksmethode: Diepte-interviews
Respons: 110 marketeers en 51 bloggers
Â
Samenvatting belangrijkste resultaten:
Â
Marketeers erkennen het belang van word of mouth voor de realisatie van hun marketingdoelstellingen. 71 procent heeft WOM opgenomen in het marketingplan of geeft er zijdelings aandacht aan, en 44 procent wil dit jaar nog beginnen met een WOM-campagne.
Op de vraag “in hoeverre is Wom belangrijk voor realisatie van de marketingdoelstellingen?” antwoordt 32 procent zeer belangrijk, 41 procent belangrijk, 22 procent redelijk belangrijk en 5 procent niet belangrijk.
44 procent van de marketeers zegt word of mouth te hebben opgenomen in zijn of haar marketingplan. 27 procent geeft er zijdelings aandacht aan, 29 procent schenkt geen aandacht aan WOM.
Â
Het gehele rapport is op te vragen bij Buzzbasic en Blogresearch. Bron: Marketingonline

15 september 2006 door

Andris Versteeg
Opdrachtgever: Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR)
Uitvoerder: idem?
Doelgroep: Werknemers die zeggen te maken hebben gehad met discriminatie
Onderzoeksmethode: Diepte-interviews
Respons: 24 medewerkers
Â
Samenvatting belangrijkste resultaten:
Â
Uit het onderzoek blijkt dat de meeste klachten betrekking hebben op bejegening door collega’s/leidinggevende, zoals intimiderend gedrag, het maken van beledigende en kwetsende uitlatingen, het geven van bijnamen, pesten en treiteren.
Â
De motieven om af te zien van het indienen van een officiële klacht lopen uiteen. Zo kunnen verwachte problemen met leidinggevenden & collega’s, de angst om je baan te verliezen en problemen in de privé-sfeer een rol spelen.Tegengesteld aan eerdere onderzoeksresultaten is de opmerkelijke bevinding dat bij de redenen om af te zien van het indienen van een formele klacht, geen enkele respondent het motief noemt dat klagen zinloos zou zijn.
Â
Gesteld kan worden dat vrijwel alle respondenten nadelige gevolgen hebben ondervonden van het klagen over discriminatie op de werkplek. De meeste respondenten zijn hun baan kwijtgeraakt. Daarnaast heeft het hele proces een grote impact gehad op hun persoonlijke leven, zoals ernstig psychisch en emotioneel leed, financiële problemen en gezondheidsproblemen. Een andere belangrijke conclusie is dat in alle onderzochte gevallen er geen enkele aanwijzing is dat er binnen de organisatie maatregelen zijn genomen om toekomstige gevallen van discriminatie te voorkomen.
Â
Het volledige rapport kun je downloaden bij HR Rapportenservice.

14 september 2006 door

Andris Versteeg
Uit het onderzoek van Interview-NSS naar marketing in 2010, dat plaatsvond naar aanleiding van het 40-jarig jubileum van het Tijdschrift voor Marketing, blijkt dat marketeers behoefte hebben aan een ander soort marktonderzoek. Dit blijkt uit cijfers die nog niet eerder vrij zijn gegeven.
Â
Reinier Heutink van Interview-NSS zegt: “We legden de 425 ondervraagden de stelling voor: ‘er is grote behoefte aan onorthodox, creatief, inventief en intuïtief onderzoek’. En 64 procent van de Nederlandse marketeers was het daarmee eens. Ik denk dat traditioneel marktonderzoek een bedreigde sector is. In contact blijven met markten zal steeds meer moeten gebeuren met onorthodoxe methoden.”
Â
Lees het volledige bericht op de website van Marketing Online