Europees panel

13 januari 2010 door Franklin Bolder

Op 11-01-10 was het dan zover. Na enige tijd in spanning gehouden te worden werd op het kantoor van Multiscope in ’s-Hertogenbosch de naam bekend gemaakt van het nieuwe onstane Europees panel. Een samenwerking tussen gevestigde online research bedrijven met een panelvertegenwoordiging in 15 Europese landen.

En de naam is:

logopt  Lees meer »


ESOMAR dag 2

17 september 2009 door Wiggert de Haan

Met de eerste sessie om 9 uur begon de dag vroeg. Anders dan de dag ervoor was er niet als eerste een keynote speech maar begon het met paralelle sessies.

“Could I just ask you a few questions as you have sex on this park bench” was een sessie die gehouden werd door twee Britse dames. Tijdens deze sessie beschreven ze het onderzoek dat ze gehouden hadden om meer inzicht te krijgen in de belevingswereld van Britse tieners. Hierin beschreven ze problemen waar GGD’s met hun onderzoek ook tegenaan lopen (zoals sociaal wenselijke antwoorden en het bereiken van de doelgroep). Een van de technieken die ze gebruikt hebben noemde ze Creative conference. Meerdere focusgroepen met jongeren tegelijkertijd in een grote ruimte houden. Op deze manier voelden de jongeren zich meer op hun gemak en praatte ze meer. Kopieeren is dan juist wenselijk.

Tegelijkertijd werd in een andere zaal de sessie “from social engineering to social networking” gehouden door David Stark van TNS Canadian Facts.  Zijn praatje begon met de waarschuwing dat je moet oppassen wat je op internet zet, en dan vooral persoonlijke informatie op sites als Facebook, omdat hier misbruik van gemaakt kan worden. Dat verhaal hebben we natuurlijk al vaker gehoord, maar nieuw voor mij was dat tegenwoordig de identiteit van onderzoekbureaus wordt gestolen/overgenomen om op die manier betrouwbaar over te komen en zo mensen over te halen private info weg te geven, ‘het is toch immers een onderzoeksbureau dat mij die informatie vraagt, dus het zal wel betrouwbaar zijn’… Overigens had hij geen enkele oplossing hiervoor, maar het was een leuk verhaal om te horen.

Direct daarna was de sessie “evaluating social mission projects in emerging & bottom of the pyramid markets”. Hierin beschreven twee Indonesische onderzoeksters hoe ze onderzoek deden bij de vaak analfabetische bevolking van Indonesië. Omdat innovatie in de toelichting voorkwam ben ik blijven zitten want; wellicht nieuwe digitale technieken. Niets was minder waar. Het doel was om het poetsgedrag van 4-8 jarigen te monitoren. De innovatie bleek dagboekjes en stickervellen. Waarbij het gedrag van de hele dag werd vastgelegd. Ondanks dat er geen techniek werd gebruikt toch leuk.

“On the edge or over the edge” ging over onderzoek in de medische wereld. Hoe doe je onderzoek bij HIV patiënten. De belangrijkste knelpunten daarin waren Toestemming, Selectie, Incentives en Ethiek. Als je zelf al actief bent binnen onderzoek in de medische wereld zijn het allemaal bekende issue’s. voor onderzoekers die nog geen onderzoek in de zorgmarkt hebben verricht was het een goede introductie. Er werd met geen woord gerept over beveiliging van data. Terwijl dat juist bij dit type onderzoek van levensbelang is.

Jeroen Rietberg (intellex) en Ineke van Meel (Randstad) hielden een presentatie over dynamic reporting. “Information a la carte”. Tijdens deze sessie werd duidelijk gemaakt dat als je een dashboard of portal maakt je vanuit de klant moet denken. Dus ga met de gebruikers van de data praten wat ze willen zien. Geef de informatie die relevant is, en werk vanuit daar naar de data die je nodig hebt. Lever niet een vraag per vraag rapport waar de marketeer niets mee kan. Een leuke, praktische sessie.

Na de Nederlandse lunch (leuk initiatief van Jochem van Ferro om met alle op het congres aanwezige Nederlanders te luchen) een masterclass communities gevolgd van Ray Pointer van Virtual Surveys. Zijn inleidende verhaal was erg vermakelijk, en hij wist hiermee een goed geleide en levendige discussie over het nut en doel van online communities los te maken. Veel uiteenlopende meningen gehoord van allerlei experts op dit gebied. De discussie was zo succesvol dat het ingrijpen van Ray af en toe noodzakelijk was. Had hij dit niet gedaan dan had de discussie nog steeds voort geduurd.  Een poging om een conclusie te trekken uit al deze meningen: online communities kunnen erg veel kansen bieden, mits goed aangepakt. Doe je het slim, dan combineer je marktonderzoek met markting om een band op te bouwen met je respondenten.

Op de masterclass volgde, na een korte pauze, een leuk presentatieconcept: The global expedition: Pecha Kucha. Een format waarbij elke presenter exact 20 slides krijgt van 20 sec elk. Niet meer, niet minder. Ontzettend leuke manier op in een korte tijd op een entertainende manier je verhaal te vertellen. Deze Pecha Kucha ging over 5 regio’s. Van elke regio een snelle indicatie van hoe het marktonderzoek er in die regio voor staat. Als eerste was Noord Amerika aan de beurt. Vraagstelling: wie heeft de macht in Noord Amerika? Conclusie: de consumenten, maar ze weten het zelf niet. Vervolgens Latijns Amerika met een snelle overview van alle tegenstrijdigheden die dit continent kent. Veel grappige tegenstellingen langs zien komen. Als derde werd Europa besproken. Het ging hierbij (natuurlijk) over de crisis en dan voornamelijk hoe deze invloed heeft op merken. Het verhaal was nogal onsamenhangend, heb er dus eigenlijk ook geen antwoord uit kunnen halen. Afrika, ook over de economische crisis. Ontzettend geestig verhaal te horen gekregen met als eindconclusie dat Afrika eigenlijk al 100 jaar lang dacht in een crisis te zitten, en dus ook niet bang was voor een ‘nieuw’ crisis. Desondanks heeft deze crisis er in Afrika wel toe geleid dat er op innovatieve manieren over onderzoek na wordt gedacht, en heeft het eigenlijk een stimulans gegeven voor het continent. Als laatste was Azie aan de beurt, hierbij ging het voornamelijk over India. De middenklasse in dit land zit in een ongelofelijke groei. De samenstelling van de indiaase bevolking veranderd hierdoor radicaal. Marktonderzoek moet vooral zorgen dat ze flexibel om kunnen gaan met deze snelle veranderingen.

Als laatste keynote was Adam Werbach. Zijn presentatie “Strategy for sustainability” had weinig strategie in zich, maar was goed te volgen en naast beangstigend ook inspirerend. Volgens hem heeft de overheid de afgelopen jaren niets gedaan aan sustainability. Hij ziet de ontwikkeling komen van commerciële organisaties en roept ons allen op om Northern Stars te definieren. Een streven van een bedrijf waar je naartoe zou kunnen werken. Dong Energy bijvoorbeeld heeft als doel om van 85% fossiele brandstof naar 85% schone bronnen te gaan.

Wiggert & Robert

Geplaatst in Onderzoeken | 2 Reacties »


Verslag ESOMAR Congres dag #1

16 september 2009 door Wiggert de Haan

Hierbij een verslag van de eerste dag op het ESOMAR congres in Montreax, Zwitserland. Dit verslag is samen met Robert Harkes opgesteld.

Het Congres word gehouden in het Montreaux Music Convention Center.

Na de registratie kon je je Spotme device ophalen. Een apparaat dat je gratis kon gebruiken om informatie over het congres te krijgen en vooral om mensen die ook op het congres zijn te vinden. Een heel grappig apparaatje dat een soort “radar” heeft om de afstand tussen jou, en de persoon die je zoekt te bepalen.

Nadat Gunilla Broadbent ons allemaal welkom heette vertelde de ESOMAR vertegenwoordiger van Zwitserland (Jos Vloemans) allerlei wetenswaardigheden van het land waar we deze dagen zijn. Prima om mee wakker te worden. Er hoeft nog niet veel nagedacht te worden. Trouwens nooit geweten dat de aardappelschiller in Zwiterserland is uitgevonden.

Hierna begon de Keynote speach. Norbert Walter, de research pief van de Deutsche Bank (en zo ziet hij er ook uit) een verhaal over de economische crisis. Niet helemaal my cup of tea. Hij nam de thema ´s van de conferentie (ethically) om zijn visie te geven over hoe banken in te toekomst beter moeten handelen in het belang van de klant. Incentives zijn volgens hem de grote boosdoener. Door de zaal wordt er iig redelijk enthousiast op de speech gereageerd.

Na de keynote was er een pauze waarbij confirmIt nieuwe technieken liet zien. Een ervan was een koppeling met MSN. Was nog wel heel erg in beta, want een live demo konden ze niet geven.

Door naar de presentatie van John Kearon (Brainjuicer) en Mark Earls (auteur en consultant) die erg bruisend was. John en Mark brachten heel enthousiast een presentatie over de transitie van ME-Research naar WE-Research. Hierbij haalden ze veel van James Surowiecky erbij (Wisdom of the Crowds) maar ook gedragsstudies werden erbij gehaald, iets wat mij meer aan Desmond Morris herinnerde. Voor de lezers van boeken als freakonomics, wikinomics, me are smarter than we, etc was er weinig nieuws. Maar dat is ook niet altijd nodig. Het was een zeer inspirerende sessie.

Parallel aan de lezing van John Kearon was er een lezing van Miquel Pardina uit Spanje, deze ging over Darwin en de kunst om de kennis over het menselijk denken te gebruiken om de juiste emoties aan te kunnen spreken bij je doelgroep. Conclusie van dit hele verhaal was eigenlijk dat je de toegevoegde waarde die je als product/merk kan bieden tijdens deze huidige crisis nóg belangrijker is geworden. In plaats van kosten (en daarmee kwaliteit) te verlagen kun je volgens Miquel beter investeren in toegevoegde waarde. Dit alles was gebaseerd op een uitgebreide product-studie van Nielsen.

Na de goedverzorgde lunch was er weer een keynote. Ditmaal verzorgd door Paco Underhill. Hij hield een lezing over de veranderingen binnen de retail die worden aangewakkerd door de economische crisis. Hoe ga je om met retailers die met mobieltjes in je winkel lopen om te kijken hoe de prijs is? Volgens hem gaat er in de komende vijf jaar meer gebeuren dan in de afgelopen vijftig jaar (op het gebied van shopping dan).

Aan het einde van de dag waren er nog redelijk veel bezoekers aanwezig bij de stands van de exposanten. Er hing een goede sfeer.

Geplaatst in Onderzoeken | 2 Reacties »


Powerpoint Generator

31 juli 2009 door Franklin Bolder

powerpointStel je voor dat je een groot klanttevredenheidsonderzoek hebt uitgevoerd onder alle vestigingen van een grote keukenboer. De data is binnen en mooie resultaten beginnen zich te vormen. Het moment van rapportage is aangebroken en buiten het totaalrapport wil je eigenlijk een rapportage maken per vestiging. Als het 4 vestigingen zouden zijn dan is dat geen probleem maar laat deze keukenboer 54 vestigingen hebben. Hoe bespaar je jezelf het vele werk en de foutgevoeligheid die bij het maken van 54 afzonderlijke rapoortages op kunnen treden? Het antwoord is de Powerpoint Generator.

Lees meer »


Klant marktonderzoek vraagt weinig naar ISO-certificaat 20252

9 juni 2009 door Mark Julsing

Slechts een klein gedeelte van de gebruikers van marktonderzoek hanteert de regels en richtlijnen die door de industrie zijn opgesteld om de kwaliteit van onderzoekbureaus te waarborgen.

Dat blijkt uit een rondvraag binnen het klantenpanel van de MOA (MarktOnderzoekAssociatie). Opdrachtgevers van marktonderzoek zijn goed op de hoogte van het bestaan van regels en richtlijnen, maar vragen er nauwelijks naar, zo toont een studie door onderzoekbureau Stadspeil in opdracht van de MOA.
Veel opdrachtgevers (79%) vragen bijvoorbeeld zelden of nooit naar het ISO-certificaat 20252, de internationale kwaliteitsnorm voor marktonderzoek. Ook naar andere essentiële procedures, zoals pre-testen, de beveiliging van gegevens en de opleiding van de interviewers wordt nauwelijks geïnformeerd.
Opvallend is dat de opdrachtgevers wel degelijk veel waarde hechten aan deze kwaliteitswaarborgen. Een overgrote meerderheid (91%) is bekend met ISO 20252, en vrijwel alle ondervraagden (93%) zijn op de hoogte van het bestaan van internationale afspraken die de veiligheid van onderzoeksresultaten regelen en garanderen..
Een open vraag in het onderzoek geeft meer inzicht in de redenen waarom klanten zo zelden de regels en richtlijnen controleren. Meestal vertrouwt men erop dat MOA-bureaus dit zelf doen en is men tevreden over de geleverde diensten. ‘Dat de onderzoekers zelf hun vak verstaan is primair belangrijk en het spreekt dan vanzelf dat ze zich aan regels houden’, zegt een ondervraagde opdrachtgever.
Het onderzoek werd van 26 mei t/m 2 juni 2009 via het internet uitgevoerd door onafhankelijk onderzoeksbureau Stadspeil in samenwerking met ISIZ, makers van enquêtes en onderzoekssoftware. In totaal zijn 173 opdrachtgevers van marktonderzoek ondervraagd

Bron: Adformatie.nl

Geplaatst in Algemeen | 1 Reactie »


Kwalitatief onderzoek in Habbo.

18 mei 2009 door Mark Julsing

Marktonderzoeksbureau Qrius en tienerplatform Habbo gaan structureel samenwerken op het gebied van kwalitatief en kwantitatief onderzoek binnen de onder jongeren populaire community. Mark Stockx, country manager van Habbo Nederland en België: ‘Onze gebruikersgroep is zeer actief en daarom erg geschikt voor zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek. We zijn blij dat we in Qrius een partner hebben gevonden die de voordelen van onderzoek binnen een virtuele omgeving wil benutten en zo de behoefte van de deze doelgroep nog inzichtelijker te maken.’

qrius_in_habbo

Herman Berndt projectleider bij Qrius: ‘Door onze kennis en expertise met elkaar te delen zijn we nu in staat om ook de virtuele (be-)leefwereld van kids en jongeren beter in kaart brengen. Een logische stap als je bedenkt dat 99 pct van de jongeren wekelijks ruim 8 uur van hun vrije tijd doorbrengen op het internet.’
Met het lanceren van kwalitatief onderzoek binnen een virtuele wereld zeggen Habbo & Qrius een primeur in handen te hebben. Binnen Habbo is een speciale onderzoeksruimte ingericht waar, onder begeleiding van een Qrius medewerker als moderator, onderzoek uitgevoerd kan worden onder een kleine groep Habbo’s. Ook kunnen jongeren zich aanmelden op een speciale onderzoekgroep.

Bron: Young Marketing


Eerste resultaten van ‘The Ultimate Twitter Study’

13 mei 2009 door Tom De Ruyck

logotwitter1 TalkToChange en InSites consulting doen de grootste studie ooit over waarom en hoe mensen Twitter gebruiken. Op
www.ultimatetwitterstudy.com vind je de live resultaten op de onderzoeksvragen die gepost worden op twitter. En je kan ook zelf deelnemen aan dit onderzoek!

Wat hebben we geleerd uit de eerste onderzoeksvraag die peilde naar wat Twitter gebruikers associëren met Twitter. (#TwitterStudy1)

‘What are you doing?”, de vraag die Twitter ons constant stelt is fout. Het zou moeten zijn ‘What do you want to share?”.

Als we de belangrijkste associaties uit onze Twitter community samenvatten, dan komen we op dit: “A social network of friends and/or business contact where you can share an discover interesting, exciting, inspiring or funny news/links in a very fast way’. Het gaat om kennis en up-to-date blijven en niet over status updates! Daarnaast is er ook wel wat verwarring over hoe twitter mag, kan of zou moeten gebruikt worden… Laat het wegnemen van deze verwarring in de volgende weken meteen het doel van dit project zijn.

uts

De tweede vraag (#TwitterStudy2) uit deze kwalitatieve fase van het onderzoeksproject zorgde voor enkele frisse inzichten ivm de betekenis van Twitter in mensen hun leven.

De drijvende factoren achter het succes van Twitter zijn:
- het gemak waarmee een account kan opgezet worden
- de gebruiksvriendelijkheid van het platform zelf
- het wereldwijde bereik zonder grenzen
- het feit dat het een tool is waar mensen makkelijk hun mening kwijt kunnen
- de hoge snelheid waarmee alles gebeurt.

Twitter is zoals een gigantisch vat vol informatie en gedachten dat continu wordt gevuld. Het is een radar om up-to-date te blijven rond een specifieke topic, om te weten wat er NU aan het gebeuren is. Het wordt ook gezien als een soort collectief brein, een archief van onze gedachten of nieuws uit het verleden, zowel algemeen als over een specifiek topic.

Het lijkt alsof alle gebruikers begrijpen dat het zowel gaat om geven als nemen, om ontdekken en delen. Twitter is tegelijkertijd de nieuwe Digg and Delicio.us geworden. Sommigen noemen het zelfs een interactieve RSS feed, gevoed door een wereldwijde community met een brede range aan interesses.

Tweets:

Twitter = my sappy little brain in 140 characters or less

Twitter: a giant, world-wide refrigerator that anyone can read, covered in 140-character magnet-notes about nearly anything

Gebruikers appreciëren het dat updates kort mogen (of zelfs moeten) zijn en dat gedachten, nieuws en informatie heel vlug gedeeld worden. Het lijkt erop dat Twitter de plaats van blogging heeft ingenomen wanneer het om amateur publishing gaat. Blogs zijn meer en meer het speelveld van professionele online journalisten, terwijl Twitter de echte
‘longtail’ is voor online content… Blogs evolueren naar het hoofd van de ‘tail’, ondersteund door traffic generation via de links die gedeeld worden op Twitter.

Gebruikers geven aan dat het Twitter-Platform ‘the place to be’ is als je alles wil te weten komen over het hier en het nu.

Twitter = headlines, Blogs = achtergrondinformatie!

Tweets:

A way of quickly tapping into new trends and relevant news, before the blogosphere starts publishing it

Twitter is my virtual water cooler: interaction with professional colleagues, helpful advice with links, news & gossip

‘Tweeps’ (zoals mensen op Twitter genoemd worden door de community zelf) delen hun tweets met mensen die ze kennen en die like-minded zijn. Niemand maakt zich eigenlijk zorgen over de ‘lurkers’. De openheid en transparantie van conversatie (ook via search) is waarom Twitter zo’n super tool is, zeggen ze.

Twitter is het ultieme ‘(personal) branding ‘ kanaal, zowel professioneel (wat weet je, welke klanten of congressen bezoek je, welke boeken ben je aan het lezen, …) als privé (naar welke feestjes ga je, welke muziek beluister je, welke leuke/grappige/intelligente meningen heb je).

Sommige trendwatchers vermelden Twitter als DE tool van, wat zij noemen, de ’statussphere’. We mogen wel spreken over een STATUSsphere, maar hier refereert status meer naar een soort ’showing-off’ eerder dan naar wat je precies aan het doen bent op een bepaald moment. Twitter is ons eigen en persoonlijk communicatiekanaal geworden.

‘Broadcast Yourself’ zou een ideale tagline voor de tool zijn, maar die is jammergenoeg al ingenomen, niet? J

Je kan alle verder resultaten van dit onderzoek volgen of gewoon ook zelf deelnemen op
www.ultimatetwitterstudy.com. Er is een nieuwe vraag/tweet elke werkdag gedurende de komende 3 weken.

Geplaatst in Onderzoeken | Geen reacties »


Neem deel aan het ultieme Twitter onderzoek

7 mei 2009 door Tom De Ruyck

twitter

Wat doen mensen op Twitter, hoe gedragen ze zich, wat denken ze van het medium, wat is het profiel van een Twitteraar, wie volgen ze en door wie worden ze gevolgd? Tijd voor de Ultimate Twitter Study. Lees meer over de opzet, neem deel aan het onderzoek en zie real time wat andere twitteraars te zeggen hebben !

TalkToChange en InSites Consulting lanceren de grootste studie ooit over Twitter. Er zijn heel wat studies die focussen op de demografische gegevens van social media gebruikers, maar er zijn nog maar heel weinig studies over het gebruik van Twitter. Dit onderzoek wil voor de eerste keer het profiel, het gebruik en de motivatie van Twitter gebruikers in kaart brengen.

Wie neemt deel en wat doe je als deelnemer?

Iedereen kan deelnemen aan de studie door de stappen te volgen die worden beschreven op http://www.ultimatetwitterstudy.com. Iedere werkdag wordt een onderzoeksvraag gelanceerd via een tweet met bijhorende hashtag (#TwitterStudyQ(vraagnummer)). De antwoorden zijn live raadpleegbaar op de website. De dag nadat de onderzoeksvraag werd getweet zal ook feedback worden gepost met de eerste analyseresultaten op basis van de verzamelde tweets !

Hoe is het onderzoek opgezet, wat voor (type) onderzoeksvragen zijn er?
Het onderzoektraject bestaat uit een kwalitatief – en kwantitatief luik. In het kwalitatieve luik worden het gebruik, de motivaties en drijfveren onderzocht van de Twitteraars. In een tweede fase volgt een kwantitatief luik, dat verderbouwt op het kwalitatieve luik, waarin ook de demografische gegevens van de Twitteraars en hun volgers zullen worden onderzocht. Daarnaast zal er ook sterk worden gefocust op gebruiksfrequentie, redenen van gebruik (privé vs professioneel), mobiel gebruik, en nog veel meer!

Wie heeft het onderzoek opgezet?
Het onderzoek is opgezet door TalkToChange & InSites Consulting. InSites Consulting is een toonaangevend marktonderzoekbureau op het gebied van online marktonderzoek met een sterke internationale positie. Via hun online community TalkToChange bestaande uit meer dan 2.000.000 panelleden, verspreid over 25 Europese landen, wordt online marketingonderzoek uitgevoerd, zowel kwantitatief als kwalitatief.

logotwitter

Spread the word !Klik hier en retweet alvast de eerste vraag !

Geplaatst in Onderzoeken | Geen reacties »


Million Dollar Man

17 april 2009 door Franklin Bolder

Mystery Shopping is hele specifieke vorm van onderzoek waar vooral de mystery-shopper een zeer belangrijke rol speelt.  Als je gaat mystery-shoppen bij een financiele dienstverlener dan zal de mystery-shopper een goede kennis moeten hebben van de financiele diensten die geleverd worden maar ook op de hoogte moeten zijn wat de technieken van een goed adviesgesprek zijn. Hiervoor is natuurlijk een zeer goede briefing nodig alsook het goed uitdenken van het scenario.

Vooralsnog had ik nog niet gehoord over de mogelijkheid om van een mystery-shopping onderzoek tevens een omzetverhogend proces te maken. Tot nu. Retail Reality heeft het zogenaamde Million Dollar Man mystery-shopping ingezet bij Halfords.

ms

The Million Dollar Man is een man of vrouw die winkels bezoekt en afwacht of hij door de verkoper wordt aangesproken. Deze onherkenbare Million Dollar Man laat zich vervolgens graag goed adviseren voordat hij of zij tot de koop overgaat. Wanneer deze persoon goed wordt geholpen en geadviseerd dan betekent dat deze klant pas stopt met kopen als de verkoper stopt met verkopen. De verkoper bepaalt dus in zekere zin zelf de limiet, zonder dat hij of zij weet of het om The Million Dollar Man of een reguliere klant gaat. Arnold Terpstra, Manager Retail Reality BV: “The Million Dollar Man is een uniek concept in de retail dat onlangs zeer succesvol is gebleken bij Halfords. De retail heeft steeds meer behoefte aan concepten die de omzet verhogen The Million Dollar Man komt in deze tijden dan ook als geroepen.”

Rob Heijman, P&O manager Halfords: “Onlangs heeft Halfords meegewerkt aan The Million Dollar Man pilot in samenwerking met Retail Reality. Onze medewerkers reageerden enthousiast op dit programma mede omdat er ook een spel element in zit om elkaar te overtreffen. De resultaten liegen er niet om. Tijdens The Million Dollar Man is het gemiddeld bonbedrag en het aantal verkochte stuks per transactie flink gestegen.”

Zelfs Editie NL van RTL heeft er een item aan gewaagd: Video RTL .

De aard van Mystery-shopping ligt natuurlijk meer op het in het geheim/anoniem bezoeken van een winkel of dienstverlener zodat je de normale situatie onder de loep kan nemen. Ik zie het dan ook meer als een soort van marketingmiddel met een onderzoeksrandje. Misschien als bijkomend effect het verbeteren van het  imago van mystery-shopping  binnen een bedrijf ?

Bron: NRC-next, Elsevier Retail


Marktonderzoek via internet of toch maar niet?

14 april 2009 door Andris Versteeg

Via SurveyGeek kwam ik terecht bij een tweetal onderzoeken waarbij verschillende onderzoeksmethoden met elkaar vergeleken worden. De artikelen met resultaten van deze onderzoeken verschenen in de Public Opinion Quarterly van de Oxford University.

Web vs face-to-face

In het eerste onderzoek van Dirk Heerwegh en Geert Loosveldt (beiden van de Katholieke Universiteit Leuven) worden onderzoek via internet en face-to-face met elkaar vergeleken. Hun hypothese is dat webrespondenten vaker ”middenweg-” of makkelijke antwoorden geven (satisficing) en daardoor data van lagere kwaliteit produceren.

Het onderzoek vond plaats via een vragenlijst onder studenten en waarmee de houding ten opzichte van immigranten en asielzoekers werd gemeten. De vragenlijst werd via internet en face-to-face afgenomen. Uit de analyse bleek dat de websurvey meer “weet niet”-respons, minder differentiatie bij rating scales en hogere non-respons bij vragen opleverde. De hypothese dat webrespondenten meer neigen tot satisficing was hiermee bevestigd.

Sociale wenselijkheid bij CATI, IVR en Web

De focus van het tweede onderzoek is in welke mate respondenten sociaal wenselijke antwoorden geven bij verschillende onderzoeksmethoden. Vergeleken zijn CATI (telefonisch interview), IVR (Interactive Voice Respons, telefonisch interview waarbij vragen gesteld worden via een computer en waarbij geen interviewer ingezet wordt) en onderzoek via een vragenlijst op internet. Het onderzoek werd gedaan door Frauke Kreuter, Stanley Presser en Roger Tourangeau, allen werkzaam bij de University of Maryland.

De respondenten zijn oud-studenten van de universiteit. Deze werden willekeurig benaderd via één van de onderzoeksmethoden. De respondenten werden vragen gesteld naar wenselijke en niet-wenselijke aspecten van hun studie. Hun antwoorden werden daarna vergeleken met de administratie van de universiteit om deze te beoordelen op het waarheidsgetrouwe gehalte.

Webonderzoek leverde de meeste gevoelige informatie op van de respondenten, CATI het minste. Webrespondenten gaven vaker sociaal onwenselijke feiten toe over zichzelf dan CATI respondenten en ze waren minder vaak geneigd om deze feiten te ontkennen.

Naast het vraag naar de informatie werd de respondent ook gevraagd in welke mate men dacht dat anderen dit soort vragen eerlijk zouden beantwoorden. Verrassend genoeg gaven de webrespondenten vaker aan dat informatie gevoelig was dan IVR-respondenten, hoewel de webrespondenten deze informatie beter en vaker gaven dan de IVR-respondenten. De onderzoekers gaven aan dat dit mogelijk veroorzaakt wordt doordat webrespondenten zich zorgen maken over de veiligheid van de informatie die via internet wordt verzonden.

CATI had de hoogste respons, web de laagste. CATI had het hoogste aantal missende antwoorden, web het laagste. Web had de hoogste nauwkeurigheid en CATI de laagste. De onderzoekers geven hierbij aan dat de keuze voor onderzoeksmethode af kan hangen welk van deze aspecten het meest belangrijk is.

Gezegd moet worden over beide onderzoeken dat de respondenten relatief jong zijn en waarschijnlijk beter dan gemiddeld met een computer en internet kunnen werken.